Hans van der Post

Hans van der Post

 

(Oegstgeest 1944)

Een gepassioneerd natuurmens met een rechtschapen gevoel voor recht en onrecht.

Een bron van onuitputtelijke kennis en ervaringen toegepast met een onvermoeibare interesse voor alles wat leeft en groeit.

 

Zo zou je Hans van der Post kunnen karakteriseren in zijn vele bezigheden die hij al jarenlang hobbymatig uitoefent.

 

 

Martien Soeters 2015.

~ * ~

Als er onder de Nederlands Fuchsiaveredelaars iemand is die het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes als geen ander tot in de finesse heeft bestudeerd dan is dat Hans van der Post wel. Niet dat Hans het niet geloofde waar de kindertjes vandaan komen maar Hans was en is nog steeds gefascineerd door zowel de bloemetjes als de bijtjes. Hij heeft beiden nog steeds als voornaamste hobby.

Foto: www.imkervereniging-oegstgeest.nl/ www.bijenhouden.nl

 

Geboren in 1944 in Oegstgeest, waar hij nog steeds woont, werd hem als kind al door zijn vader de liefde en waardering voor de natuur bijgebracht tijdens wandelingen door het dorp en de omgeving daarvan. Deze ervaringen waren de basis voor de grote interesse in alles wat leeft en groeit die Hans later verder ontwikkelde toen hij zijn MBO opleiding elektrotechniek afgerond had.

 

Na 23 jaar in dat vak werkzaam te zijn geweest veranderde hij van baan en werd hij aangesteld als magazijn medewerker bij de marine in Oegstgeest. Op achttienjarige leeftijd begon hij bijen te houden iets wat hij tot op heden nog steeds met passie en vooral met veel kennis van zaken doet. In de imkers wereld is Hans met zijn grote kennis van zaken inmiddels voor velen die deze hobby beoefenen een begrip en vraagbaak op veel forums. Ook is Hans bijvoorbeeld nog steeds actief als docent en examinator bij cursussen bijen houden en is hij al enige tijd aan het experimenteren met het telen van koninginnen- bijen.

Bijen zwerm Foto: S. van Schaik.

Bijen houden als hobby is iets anders dan bijvoorbeeld kippen houden. Bijen krijgen hun voedsel niet aangereikt door de mens maar halen het op uit de natuur. Daarvoor is als imker kennis van de flora en fauna nodig en die heeft Hans in ruime mate opgedaan en tot zich genomen. Grote kennis van zaken heeft Hans van bomen en struiken en de biodiversiteit in ons land. Ook gecultiveerde gewassen zoals Dahlia’s en aardappels hebben Hans zijn belangstelling .

 

Dahlia’s veredelen is gericht op zijn imkerhobby. Hij streeft ernaar enkelbloemige dahlia’s te kweken met bepaalde kleuren. Het veredelen van aardappelen begon hij destijds puur uit nieuwsgierigheid maar ruimtegebrek noopte hem om te stoppen. Ook fuchsia’s hebben en houden en het veredelen daarvan is een van de hobby’s die Hans op zijn eigen manier al jaren uitoefent.

 

Met fuchsia’s kwam Hans voor het eerst in aanraking tijdens een bezoek aan de Hortus in Leiden. Dat was in juli 1966. De pas opgerichte Nederlandse fuchsiavereniging hield daar haar eerste tentoonstelling. Hans is daar ter plaatse lid geworden van de NKvF en dat gebleven tot 1987.

Vanaf april 1971 maakte hij deel uit van het bestuur van die vereniging en was hij in die jaren de vaste fotograaf voor Fuchsiana.

~ * ~

Het veredelen van Fuchsia’s.

 

 

Het veredelen van Fuchsia’s begon bij Hans uit nieuwsgierigheid. In de beginjaren gebruikte hij daarvoor zijn bijen die het bestuiven voor hem deden. Vanaf 1970 tot 1993 heeft Hans 9 nieuwe cultivars geïntroduceerd .

Er zijn veredelaars die in een dergelijke periode tientallen nieuwe fuchsia’s introduceren. Maar meestal zijn het toch de echte veredelaars die mondjesmaat nieuwigheden brengen die de meest aansprekende of vernieuwende cultivars brengen. Zo ook Hans van der Post.

Rika

Foto: S. van Schaik.

Door zijn grote kennis over het gedrag van de bijen kon hij met grote zekerheid vaststellen dat de cultivars Mephisto' en 'Waternymph' de ouders waren van zijn eerste cultivar 'Rika' .

'Rika' werd in 1970 tijdens de eerste lustrum tentoonstelling van de Fuchsiavereniging in diergaarde Blijdorp ter keuring aangeboden aan het pas opgerichte Fuchsia comité van de VKC . 'Rika' werd goed bevonden en kwam in omloop en is nog steeds verkrijgbaar.

 

Het is een wat stijve opgaande fuchsia met witte kelkbladen en een roze blos en een paars roze kroon. Op een lichte standplaats is het een fuchsia die weinig problemen geeft en goede bloei resultaten ten toon spreidt. Dat een nieuwe cultivar ook een naam moest hebben daar had Hans eigenlijk niet over nagedacht dus moest hij ter plekke de nieuweling een naam geven.

Hij noemde de plant 'Rika' naar zijn grootmoeder.

Postiljon

Foto: S. van Schaik

In 1975 werd Postiljon als tweede cultivar van Hans op de keuring aangeboden en goed bevonden. De naam van deze cultivar is afgeleid van de familienaam van de veredelaar.

Het veredelen van fuchsia’s stond in die jaren nog in de kinderschoenen, men kruiste niet erg gericht omdat men dat toen nog niet zo belangrijk vond en de goede technieken daarvoor waren ook nog niet bekend. Maar Hans had wel zijn bijen waarop hij vertrouwde en zo kon hij “La Campanella” waar hij de bessen van plukte als zaadgever aanwijzen en “Waternymph” met grote waarschijnlijkheid als stuifmeelgever.

 

In die beginjaren van de Nederlandse Fuchsia veredeling kwamen meerdere 'La Campanella' afstammelingen in omloop die allemaal wat groeivorm en bloemvorm veel gelijkenissen vertoonden . Hans had in 1974 Herman de Graaff leren kennen en wellicht dat die vriendschap die overigens nog steeds bestaat de verklaring is dat Hans een goede hand had van het selecteren van de zaailingen. Herman had toentertijd nog niet veel ervaring met Fuchsia’s maar was van huis uit wel geïnteresseerd in het veredelen.

 

'Postiljon' steekt namelijk met kop en schouder uit boven de vele 'La Campanella' afstammelingen van die tijd. Hans zelf vindt het de beste cultivar die hij gekweekt heeft en dat is terecht. De plant groeit zonder problemen als zelfvertakkende hanger en bloeit onafgebroken van mei tot oktober. In een warme kas kan de plant zelfs de hele winter doorbloeien. Dat wil zeggen dat het waar het de bloei betreft een daglengte- neutrale plant is, wat ongewoon is voor een fuchsia. Wereldwijd kom je de plant nog steeds tegen in de collecties van de fuchsialiefhebbers en wordt hij nog steeds geroemd in allerlei boeken en op internet. De afstamming van 'La Campanella' wil wel zeggen dat bij een te koude overwintering problemen kunnen ontstaan. Wat eigen is aan 'La Campanella' afstammingen.

Marie Punselie

Foto: M.A. Soeters

Het duurde vijf jaar voordat de volgende cultivar door Hans ter keuring aangeboden werd. In 1980 werd door het Fuchsia comité van de VKC de cultivar 'Marie Punselie' goedgekeurd. Een uitgesproken hanger met enkele bloemen in aantrekkelijke kleuren .

De lange bloemstelen met daaraan de vrij grote bloemen met lange kelkbladen geven de plant een apart cachet.

 

Het is een kruising van 'Lady Boothby' als zaadgever en 'Lord Lonsdale' als stuifmeelgever. Hans heeft de plant vernoemd naar een fuchsialiefhebster bij hem uit het dorp die jarenlang de balkons van haar flat tot een schitterende fuchsiatuin omtoverde . Nu 36 jaar later is de plant nog volop verkrijgbaar en ondanks de enorme aanwas van vele cultivars valt hij nog steeds op in de collecties van liefhebbers.

Vincent van Gogh

Foto: S. van Schaik

Weer vier jaar later in 1984 komt er eindelijk weer een nieuwe cultivar uit van Hans. Zijn lidmaatschap van de veredelingsgroep heeft blijkbaar invloed gehad op de keuze van de ouderplanten. Hans gebruikt voor deze cultivar uitsluiten botanische fuchsia’s: F. speciosa als zaadgever en "Rubra Grandiflora' als stuifmeelgever.

Deze nieuwe aanwinst werd op de keuring in Rijnsburg goedgekeurd maar kreeg nog geen naam. Het dorp Nuenen vierde in 1984 dat het honderd jaar geleden was dat Vincent van Gogh in het dorp woonde en werkte. Er werd onder meer een grote fuchsiashow georganiseerd in het park en daar werd de nieuwe cultivar gedoopt en kreeg hij de welluidende naam 'Vincent van Gogh ' .

 

Natuurlijk heeft de naam ook bijgedragen aan het grote succes van deze plant, maar ook het kleurenpalet dat de enkele bloemen van deze hanger ten toon spreidt maakte dat deze plant alom geliefd werd. De sierlijke bloemen met lange bloembuizen hangen in trossen aan deze rijk bloeiende plant, die net als 'Postiljon' nog steeds wereldwijd in de collecties van de liefhebbers gewaardeerd wordt.

Papillon

Foto: J. van der Post

In 1980 bracht Hans het stuifmeel van 'Georgana' aan op de stamper van 'Buttercup' en schermde dit goed af zodat zijn bijen geen ander stuifmeel aan konden brengen. Het zaad werd geoogst en in 1981 uitgezaaid en het zelfde jaar bloeiden de vele nakomelingen al.

Klaar zou je zeggen maar zo werkt het niet bij Hans. Het kruisen en afschermen is niet zo moeilijk en het zaaien ook niet, maar als de zaailingen beginnen te bloeien in juli en augustus dan moet er geselecteerd worden. Er word dan gekeken naar bloeirijkheid, bloeivorm, groeivorm en gevoeligheid voor ziekte zoals schimmels. Aangezien Hans het spreekwoord “Het oog van de meester maakt het paard vet “ als leidraad hanteerde werden de vele zaailingen ook nog eens beoordeeld door een groep mensen van de veredelingsgroep .

Het resultaat was dat van de vele zaailingen die in de volle grond stonden er 10 planten apart gezet werden om in de jaren daarop nader bekeken te worden. Uiteindelijk bleef van de honderden zaailingen er in 1984 de nummers 81-26 en 81-197 over. In 1985 bracht Hans 81-26 naar de keuring en was de cultivar 'Papillon' een feit.

De naar verhouding grote bloemen ten opzichte van het blad zijn net vlinders die op de plant zitten wat de naam Papillon verklaart.

De plant stekt gemakkelijk in het voorjaar: in de zomer en herfst lukt dat niet vanwege de uitbundige bloei. 'Papillon' is uitstekend te gebruiken als struik of kroonboompje in de zon of halfschaduw en kan in de winter ingekuild worden.

~ * ~

Mayella.

'Mayella'

 

foto: J. van der Post.

Veredelen is ontdekken en experimenteren om kruisingen te maken van planten waarvan dat nog nooit gebeurd is. Je bewijst er als het ware je vakmanschap als veredelaar mee. Vaak is het slagen van de kruising dan een groter doel dan de kwaliteit van het product.

Meestal hebben we het dan over kruisingen tussen twee botanische fuchsia’s. In veel gevallen worden dergelijke kruisingen als ze nog niet eerder zijn gemaakt op de keuringen beloond met een botanisch getuigschrift. Dit soort planten komt voor het merendeel niet in omloop maar wordt gebruikt bij verdere ontwikkelingen op veredelingsgebied. Maar er zijn ook legio botanische kruisingen die wel in omloop komen omdat ze behalve de bijzondere kruising ook eigenschappen hebben die ze geschikt maken voor de gemiddelde fuchsialiefhebber en gemakkelijk te houden zijn.

 

Halverwege de jaren tachtig gebeurde er iets bijzonders. Twee veredelaars waren zonder dat ze dat van elkaar wisten bezig dezelfde kruising te maken. Hans van der Post en mevrouw Reiman kruisten F.magdalenae en F. pilaloensis .

Allebei de ouders zijn beslist geen gemakkelijke planten om te kruisen maar ook niet om te cultiveren. Hans van der Post

noemde zijn aanwinst 'Mayella' en ontving daarvoor het Botanisch getuigschrift en mevrouw Reiman haar plant kreeg de naam 'Radings Ans' en kreeg het getuigschrift van verdienste. Beide planten vertoonden veel overeenkomsten en je kan wel zeggen, het waren look a likes.

 

De moeilijkheidsgraad van de ouderplanten was als het ware vererfd in de nakomelingen en dat zorgde ervoor dat beide planten als snel niet meer te zien waren in het assortiment van de liefhebbers. Ze zijn dan ook nergens meer te verkrijgen.

Lumière

Foto: M.A. Soeters

'Hathor' en 'Ting-a Ling' waren de ouders van de cultivar 'Lumière' die Hans in 1988 op de markt bracht.

Lumière is het Franse woord voor licht of lichtgevend. De schotelvormige bloemen die de plant vererfde van de zaadgever 'Ting-a-Ling' geven met hun zachtroze en fel witte kleuren tegen de achtergrond van het ietwat donkere blad dit effect. Dit wordt nog versterkt doordat de bloemen niet hangen maar afstaan aan een stevige steel. Het is een sterke plant die geschikt is voor een struik of kroonboompje.

De beste standplaats is in gefilterd licht en het is aan te bevelen de plant bij knopvorming op een koele standplaats te zetten.

 

Eind tachtiger jaren waren pastelkleurige bloemen erg in trek en de schotelvorm van 'Lumière' zorgde ervoor dat de populariteit van deze plant toen enorm groot was. 'Lumière' wordt nog steeds mondiaal gehouden en gewaardeerd als een van de mooiste schotelvormige fuchsia’s.

Treslong

Foto: J. Workel

Met recht noemt Hans 'Treslong' zijn mooiste veredelingsproduct.

Wie ook maar ooit een bloeiende plant van 'Treslong' gezien heeft is daar door direct verleid om zelf een plant aan te schaffen.

De indrukwekkende lange bloemen die in trossen sierlijk naar beneden hangen hebben menig fuchsialiefhebber betoverd. Helaas liep dat vaak uit op een teleurstelling door gebrek aan kennis over de verzorging van de plant. Treslong is het veredelingsproduct van twee botanische fuchsia’s. De zaadgever is F. magdalenae een plant die winters warmte en verzorging nodig heeft en de stuifmeelgever is F. inflata een knolvormer die ook een aparte verzorging vereist vooral waar het water geven betreft.

 

Toen de plant in september 1990 het botanisch getuigschrift ontving was het ondanks de betoverende schoonheid afwachten hoe

'Treslong' met zijn door vererving wat moeilijke verzorging het zou doen in de fuchsiawereld.

Nu meer dan een kwart eeuw later kunnen we constateren dat de schoonheid van de plant het overwonnen heeft. Treslong is nog steeds de fuchsia cultivar met de langste bloemen, is nog steeds verkrijgbaar en je ziet hem zo af en toe op tentoonstellingen en in collecties van liefhebbers die er veel moeite voor doen om de plant in ere te houden. Je zou deze plant kunnen beschouwen als de Haute Couture onder de vele honderden fuchsiacultivars wat de reden is voor menig fuchsialiefhebber om dit erfgoed te bewaren en te koesteren.

 

De naam van de plant verwijst naar de tressen op militaire uniformen en het woord lang samengevoegd tot 'Treslong' . Daarnaast staat de naam voor de Franse vertaling van zeer lang. Beiden zeer toepasselijk voor deze mooie plant.

Pangea

Pangea, de oorspronkelijke plant

 

Foto. M.A. Soeters

Pangea, gekweekt uit Meristeem cultuur

 

Foto: S. van Schaik

Het is juli 1993 als Hans zijn volgende cultivar laat keuren.

Dit keer gaat het om een nieuwe aanwinst die in de vergaderingen van de veredelingsgroep al veel lof toegezwaaid kreeg en eigenlijk was het keuren ervan een formaliteit. ' Pangea' werd de naam van een nieuwe plant die wat bloemvorm betreft een nieuwe vorm bracht in het fuchsiagebeuren.

 

'Pangea ' is een kruising van de triphylla cultivar 'Göttingen' als zaadgever en als stuifmeelgever werd een zaailing van de kruising

F. triphylla en F. pringsheimii gebruikt. Het resultaat was een prachtige halfhanger met donkergroen blad en trossen bloemen zoals gebruikelijk bij een cultivar met zoveel F. triphylla bloed.

De lange rood-oranje bloemen hebben zoals de meeste triphylla cultivars een lange dunne bloembuis die in dit geval direct boven de kelkbladen is verdikt tot een ballonnetje waardoor de nieuwe bloemvorm ontstaat. Van de plant valt probleemloos een mooie halfhanger te maken en met enige steun is hij ook als struik te vormen.

 

Dat deze plant de topper was destijds spreekt voor zich. Vooral de liefhebbers van triphylla cultivars deden de grootste moeite om zo snel mogelijk de plant op te nemen in hun collectie. Maar ook de andere fuchsialiefhebbers in alle Europese landen konden niet genoeg krijgen van deze plant en dat leidde er toe dat de kwekers in de eerste jaren niet genoeg stekken konden maken met als gevolg dat er iets gebeurde wat Hans niet kon voorkomen en eigenlijk niemand in de gaten had.

 

Bij het beschrijven van de plant werd geconstateerd dat er twee verschillende Pangea ’s in de omloop waren. Bij navraag door de mensen van de Beschrijvingsgroep bleek dat er in het buitenland een kweker was geweest die 'Pangea' via meristeem cultuur had laten vermeerderen om aan de grote vraag te voldoen. Helaas zijn die planten in omloop gekomen zonder dat er eerst gekeken is naar het resultaat, deze planten hebben een 4mm langere bloembuis met daarbij nog wat kleine andere afwijkingen en ze zijn wat fertieler dan de oorspronkelijke plant.

 

Gelukkig zijn er tot heden nog geen nakomelingen van deze foute 'Pangea' bekend. De originele 'Pangea' is nog wel te vinden bij sommige kwekers . De naam 'Pangea ' heeft Hans ontleend aan de naam van het supercontinent dat 210 tot 250 miljoen jaar geleden bestond en waaruit alle huidige continenten zijn ontstaan. De plant 'Pangea' is voor een cultivar met zoveel triphylla bloed vrij makkelijk in cultuur. In de winter overwinteren bij 5 a 6 graden boven nul, in het voorjaar een of meerdere malen toppen, en een zonnige tot half beschaduwde standplaats voldoet.

Bij op witte Skimmia

 

Foto: S. van Schaik

Rust roest?

 

 

“Rust roest” luidt het spreekwoord en roest op een fuchsia wat je met rust laat leidt meestal tot het einde van die plant. Dat zal bij Hans van der Post niet gauw gebeuren. Na zijn laatste introductie in 1983 heeft Hans beslist niet stil gezeten of de fuchsiahobby afgezworen.

Hans is zoals het een goede veredelaar betaamdt door gegaan en heeft geprobeerd zijn grenzen nog hoger te leggen met als doel zijn reeks succesplanten te continueren .

Experimenteren en ontdekken zit hem nu eenmaal in het bloed en zo kon het gebeuren dat Hans door inkruisen van een

F. triphylla uit de honderden zaailingen een witte triphylla cultivar verkreeg . Zelf heeft hij voor zover tot nu toe bekend daar nog niets mee gedaan en er weinig ruchtbaarheid aan gegeven. Wel heeft hij van deze plant stekmateriaal beschikbaar gesteld aan collega veredelaars. In het veredelaars wereldje heet deze plant dan ook F. triphylla HvdP (Hans van der Post).

F. triphylla HvdP

 

Foto: J. van der Post

Er zijn eigenschappen die een imker behoort te bezitten wil hij met succes bijen houden; nieuwsgierigheid naar het doen en laten of wel observeren van de bijenvolken.

 

Deze eigenschappen heeft Hans in ruime mate voorhanden en past hij ook toe bij zijn fuchsia’s. Zodoende had Hans al gauw de overtuiging dat F. triphylla al naar gelang zijn herkomst en aangepast aan de omstandigheden zich vertoont met verschillende bloemvormen.

Dat hij hiervan gebruik gemaakt heeft spreekt voor zich.

 

Met de klassieke triphylla cultivars werd voorheen vrijwel niet veredeld maar het was Hans van der Post die ontdekte dat er twee 'Göttingen' in omloop waren een steriele en een fertiele. Zelf gebruikte hij deze vruchtbare ' Göttingen' als ouder plant voor 'Pangea' van 1993, maar daarvoor waren er al enkele veredelaars uit de veredelingsgroep die dit ook ter ore was gekomen die er dankbaar gebruik van maakten. Ook gelukte het Hans om triphylla cultivars te kweken die niet in de bekende triphylla-eigen trossen bloeiden maar in bloemschermen. Deze planten zijn door ruimtegebrek bij het overwinteren verloren gegaan maar Hans kennende zal hij zich daar uiteraard niet bij neergelegd hebben.

 

In 2003 zocht de nieuw opgerichte keuringscommissie een keurmeester met kennis van zaken van het veredelen. Voor de neutraliteit moest dat een niet praktiserend veredelaar zijn. Hans aanvaardde die functie en heeft dat tot op heden met veel plezier en kennis van zaken gedaan. Wel heeft hij aangegeven dat hij na zijn laatste periode als keurmeester weer planten ter keuring wil aanbieden. Binnenkort kunnen we dus weer nieuwe juweeltjes van veredelaar Hans van der Post verwachten.

Bij op Paardenbloem

 

Foto: S. van Schaik

Aardhommel op een kogeldistel

 

Foto: S. van Schaik

Sigrid van Schaik en Martien Soeters.

 

Bronnen: Herman de Graaff - Lisse.

Veredelaars archief M. A. Soeters.

 

Imkersvereniging-Oegstgeest www.imkervereniging-oegstgeest.nl/

Imkerforum: www.bijenhouden.nl

 

Leo Boullimier: Checklist of Species, hybrids and Cultivars.

Gerda Manthey: Fuchsien.

 

Met dank aan Jan en Hermine Workel.

 

 

© Fuchsia’s of the World