5 triphylla periode

De triphylla cultivars.

Alle Nederlandse veredelaars van de oude garde hebben bij hun kruisingswerkzaamheden wel eens gewerkt met F. triphylla cultivars .

Uiteraard met de bedoeling iets toe te kunnen voegen aan het al ruime, klassieke assortiment triphylla cultivars dat al bestond. De kleurenrange daarin was in het begin van de vorige eeuw beperkt tot oranje, roze en rood en toch lukte het deze veredelaars, waarvan sommigen meerdere triphylla cultivars brachten, om ook op dit gebied naam te vestigen.

 

Het valt hierbij op dat het van iedere veredelaar steeds één cultivar was die wereldwijd doorbrak.

Van Egbert Dijkstra: ‘Adinda‘ , van Martin Beije: ‘Triphy‘ , van Arie Smits: ‘Catharina‘ maar de eerste die een vaste plaats in de collecties triphylla cultivars innam was in 1990 Herman met ‘Insulinde‘ .

 

Uit de kruising van ‘Göttingen‘ met F. venusta werd deze cultivar tot stand gebracht. Een indrukwekkende groeier met prachtige trossen donkerrode bloemen en prachtig bijpassend donkergroen blad met rossige nerven.

Uiteraard kun je van een veredelaar, van het kaliber van Herman, verwachten dat er veel meer cultivars tot stand zijn gekomen met in de stamboom een aandeel van F. triphylla of een triphyllahybride . Op de keper beschouwd zijn er zelfs veel cultivars van Herman waar F. triphylla in verweven zit.

 

Maar destijds in 1992 is door de samenstellers van de Cultivar inventarislijst besloten de groep cultivars die afstammen van de succesvolle kruising

F. paniculata x F. triphylla apart te benoemen als pantrihybriden en dat in de Cultivarlijst aan te geven met de afkorting “pt“ in plaats van het gebruikelijke “tr” voor triphylla cultivars.

 

Deze groep pantry hybriden wordt in dit veredelaarsportret hierna in hoofdstuk 8 apart behandeld.

'Brilliant Star'

Cultivars met in de stamboom F. triphylla die Herman het levenslicht deed zien zijn onder andere: in 1985 ‘Maori Pipes‘ :

F. excorticta x F. triphylla, als eerste en gelijk een bijzondere triphylla cultivar. Bijzonder door de in die tijd donker paarsrode kleur van de bloemen en de ongewone bloeiwijze en één bloem per oksel daar waar de meeste triphylla hybriden bloeien in eindstandige trossen. In 1986 volgde ‘Calumet‘ een kruising van ‘Speciosa‘ en F. triphylla met rozerode bloemen en oranje in de kroon. In hetzelfde jaar ontstond 'Red Rain‘ hiervoor al genoemd bij de ‘Rosea‘ periode.

 

In 1989 kwam ‘Diny Hetterscheid‘ een hanger met zacht rose bloemen, een kruising van ‘Göttingen‘ en 'Golden Glow‘ .

'Maori Pipes' 'Insulinde'

Van de aloude triphylla cultivar ‘Göttingen‘ van Carl Bonstedt uit 1905 werd heel lang aangenomen dat deze onvruchtbaar was en dus ongeschikt voor het veredelingswerk, totdat Herman samen met zijn fuchsia vriend Hans van der Post in zijn collectie triphylla cultivars, waarin meerdere exemplaren van ‘Göttingen‘ in opgenomen waren, een exemplaar ontdekte dat bessen droeg en dus wel vruchtbaar was. Van dezelfde ‘Göttingen‘ werd de hierboven genoemde ‘Insulinde‘ gewonnen.

'Ursula'

‘Victorian Candlestick‘ was de laatste cultivar die in 1992 uit een kruising met ‘Göttingen ‘ ontstond.

Dit keer was voor ‘Göttingen‘ de dubbelbloemige cultivar ‘Bicentennial‘ de zaadgever.

 

De naam is ontleend aan de vorm van de rose rode bloemen die op een kandelaar uit het Victoriaanse tijdperk lijken. Of dit een poging van Herman was om een triphylla cultivar te kweken met en dubbele kroon, wie zal het zeggen ?

Een kruising van ‘Göttingen‘ met ‘WALZ Floreat‘ bracht in 1990 ‘Ursula‘ voor het voetlicht.

‘Ursula‘ was maar een kort leven beschoren, de plant is vrij snel aan zijn eigen succes ten onder gegaan om het zo maar eens te noemen.

 

De voor een triphylla cultivar afwijkende ietwat ronde bloemen verschenen zo massaal aan de plant dat menig liefhebber er voor bezweek. Het probleem zat hem erin dat de bloemen nooit verdwenen, de plant trok zich niets aan van de seizoenen en raakte niet uitgebloeid wat het vermeerderen door stek vrijwel onmogelijk maakte.

'Victorian Candlestick'

De reus onder de triphylla cultivars, ‘John Maynard Scales‘ , had inmiddels een plaatsje gevonden in de collectie triphylla cultivars van Herman.

Deze kruising tussen ‘Thalia‘ en F. fulgens var. gesneriana van Edwin Goulding uit 1985 is een stevige groeier met hele grote bladeren en eveneens grote, donkerrode triphylla bloemen.

 

Een rijkbloeiend exemplaar hiervan geeft een imposante indruk en vormt dan logischerwijs ook een uitdaging voor een veredelaar die een dergelijke plant bezit.

'John Maynard Scales'

In augustus 1997 bracht Herman ‘Hidden Treasure‘ naar de keurmeesters: een kruising van ‘John Maynard Scales‘ en ‘Marcus Graham'. De plant werd goedgekeurd met lof van de jury .

 

De grote oranjeroze bloemen waarvan de kelkbladen bij het openen met de punten aan elkaar blijven zitten als een chinese lampion waren ruimschoots voldoende voor het “Getuigschrift van Verdienste” en ongetwijfeld zal de moeilijkheidsgraad van het werken met ‘John Maynard Scales‘ mede ertoe geleid hebben dat de plant de aantekening “Lof van de jury kreeg”.

 

In 2003 bracht Herman uit de kruising ‘John Maynard Scales’ x ( ‘Jülchen‘ x ‘Smoky‘ ) de cultivar ‘Grand Cru‘, een zacht oranjeroze schoonheid met een ietwat kantige, witte bloembuis en een ruitvormige kroon.

'Hidden Treasure'

Dat ‘John Maynard Scales‘ geen gemakkelijke plant voor veredeling is, was Herman op den duur ook wel duidelijk.

Er heeft enkele jaren een kruising met ‘John Maynard Scales‘ bij Herman in de kas gestaan.

 

Een uitzonderlijke grote plant met grote bladeren en enorm grote op ‘John Maynard Scales‘ gelijkende bloemen.

De bloemen hadden een dergelijke grootte dat ze wat lengte en dikte in de fuchsiasfeer ongeloof opriepen. Helaas een veredelaar is ondanks al zijn kennis ook afhankelijk van een beetje geluk, aan de reuzenplant kwamen per bloeiseizoen slechts enkele bloemen.

'Grand Cru'

'Garoeda’ : ( ‘Insulinde‘ x ‘Smokey‘ ) was de triphylla cultivar die in 2002 op de keuring goedgekeurd werd. De trosjes wasachtige rozerode bloemen met een rokerige zweem op de kroonbladen gaven de plant een apart uiterlijk.

In 2000 en in 2003 verschenen nog twee cultivars ‘Brillant Star‘ en ‘John Wright' waarbij van één ‘Göttingen‘ een klein deel van de stamboom uitmaakte en bij de andere F. triphylla de boventoon voerde.

 

Beiden waren kruisingen waarbij de gemiddelde huis tuin en keuken veredelaar, voor zover hij al over de benodigde species beschikte, de moed al na het eerste jaar in de schoenen zou zinken. Bij allround veredelaars zoals Herman ligt dat anders daar geldt dat als je beschikt over species je de basis in huis hebt voor het maken van échte nieuwigheden. Je moet er gebruik van maken en ontdekken wat mogelijk is met die species.

'Insulinde' x 'Smoky'

 

'Garoeda'

'John Wright'

Bij de cultivar ‘John Wright‘ is dat duidelijk het geval. Deze cultivar door Herman genoemd naar de Engelse veredelaar John Wright heeft een stamboom van maar liefst 6 verschillende species.

Zaadgever is F. boliviana met als stuifmeelgever:

( F. excorticta x F. triphylla) x [ ( F. splendens x F. paniculata ) x

F. magdalenae ].

Bij de andere cultivar: ‘Brillant Star‘ is gebruik gemaakt van ‘Göttingen‘ x F. splendens als zaadgever en als stuifmeelgever werd gebruikt [(F. paniculata x F. splendens) x F. magdalenae ] .

 

Beide kruisingen resulteerden in zeer bijzondere cultivars. Vooral de cultivar 'John Wright‘ oogstte veel succes in Engeland de, oorspronkelijke bakermat van de fuchsiaveredeling.

Lees verder op: 6 De schotelvormige cultivars

Auteur: M.A. Soeters

Opmaak: S. van Schaik

 

© Fuchsia's of the World