Jan de Boer

Jan de Boer * 1935 ~ heden

Als mens een alom gewaardeerde collega veredelaar, een echte volhouder die de moeilijkheden bij het veredelen niet uit de weg gaat.

Hoewel sommige van zijn nieuwigheden voor de doorsnee liefhebber niet eclatant genoeg zijn heeft hij veel en nuttig veredelingswerk gedaan ook op het gebied van winterhardheid.

 

H.J. de Graaff mei 2016

Fuchsia’s en varen !

 

De fuchsiahobby in het leven van Jan de Boer is eigenlijk te vergelijken met een kleine veenbrand, ontstaan in zijn jonge jaren die ondergronds door bleef smeulen tijdens de vele jaren waarin Jan de Boer als zeeman alle wereldzeeën doorkruiste.

Pas na zijn pensionering kwam de veenbrand weer bovengronds en veranderde in een ware explosie van het fuchsiagebeuren bij Jan de Boer.

ms. Straat Agulhas

Jan de Boer is geboren in het dorpje Jisp in De Beemster. Als boerenzoon kreeg Jan de affiniteit met de natuur van huis uit mee. Als kind kweekte hij al groente in de tuin van zijn ouders in De Wijde Polder, ook in in de Beemster.

Voedselplanten kregen voorrang in die oorlogsjaren. Later na de oorlog werd de tuin veranderd in een bloementuin.

 

Als kind heeft Jan al kennis gemaakt met Fuchsia’s. Dat was in Amsterdam in Artis. De grote kroonbomen, waar hij als kind tegenop moest kijken, hebben hem toen geïnspireerd en van een tante kreeg hij toen een fuchsia die winterhard was. Dat was de eerste fuchsia waar Jan zijn veredelingskunsten op los liet. En die tante was later een van de eerste leden van de NKvF.

 

Na de nodige nautische opleidingen op de Kweekschool voor de Scheepvaart in Amsterdam ging Jan als stuurmansleerling varen en dan blijkt dat, als je als boerenzoon opgevoed bent met de natuur, dit iets is wat in je genen gaat zitten. Jan doorliep de diverse rangen aan boord van de schepen en klom uiteindelijk op tot gezagvoerder. Op zijn reizen had Jan altijd planten mee aan boord ook fuchsia’s wat je wel bijzonder kunt noemen want Jan ontdekte al gauw dat zeelui niets maar dan ook niets met planten hebben.

Het gebeurde wel eens dat hij door omstandigheden even een tijdje niet op zijn planten kon passen maar op enige medewerking van zijn collega’s hoefde hij dan niet te rekenen want die keken er niet naar om zodat Jan als hij terug kwam zijn planten terugvond als miezerige verdroogde struikjes.

 

In 1961, ver voordat er in Nederland ook maar sprake was van georganiseerd fuchsia’s hebben en houden maakte Jan op een van zijn reizen naar Nieuw Zeeland wederom kennis met fuchsia’s.

De schepen waar Jan op voer, vervoerden voornamelijk losse lading die in het ruim van het schip vastgezet moest worden, en ook weer handmatig gelost moesten worden waar veel tijd mee gemoeid was. Van containerschepen had men toen nog nooit gehoord.

Deze bewerkelijke manier van laden en lossen bood de bemanning van zo’n schip de gelegenheid om de havenplaatsen en de omgeving daarvan te bezoeken.

F. excorticata

In 1961 tijdens een langer verblijf in de haven van Lyttelton op het zuidelijke eiland van Nieuw Zeeland zag hij in het heuvelachtige landschap dat hij daar bezocht fuchsia’s in het wild groeien.

Fuchsia procumbens, Fuchsia excorticata ( die half in het water staand enorme bomen vormden van meer dan 10 meter hoog, met enorm dikke stammen ) en Fuchsia perscandens in grillige struiken tegen de berghellingen waarvan ‘s winters slechts dorre struiken overbleven die in het voorjaar weer uitliepen.

 

Een fuchsiavereniging bestond in Nederland nog niet en fuchsiaboeken waren er ook niet veel, en die waren inhoudelijk zeer beperkt. Hoe wist Jan toen al wat F. procumbens, F. perscandens en F. excorticata was?

De plaatselijke bevolking zal het hem niet verteld hebben en wijzer zou hij er niet van zijn geworden . Bij de Maori’s, zoals de oorspronkelijke bevolking van Nieuw Zeeland heet, werd F. excorticata bijvoorbeeld Kötukutuku tree genoemd.

Neck

Nee het was gewoon de veenbrand die ondergronds nog steeds smeulde en Jan zijn interesse in Fuchsia’s warm hield. Overal waar hij maar de tijd en gelegenheid kreeg tijdens het bezoek van zijn schip aan de havens, probeerde Jan de botanische tuinen te bezoeken als die in de buurt waren zoals in Singapore, Hong Kong en op Sri Lanka de botanische tuin van Kandy. Het was in die botanische tuin dat Jan de drie Nieuw Zeelandse species voor het eerst zag met uiteraard de namen erbij. En dat was in 1955 toen hij 20 jaar was.

Begrijpelijk is dan ook dat Jan bij een zeereis naar Nieuw Zeeland in 1961 niet alleen op zoek ging naar die species maar ze ook kon benoemen. Het was al met al de kennis en informatie die Jan opgedaan had en niet te vergeten de herinnering aan deze botanische fuchsia’s die decennia later na zijn pensionering thuis in Nederland een grote rol gingen spelen bij zijn veredelingswerk.

Tjimenteng

Tussentijds tot zijn pensionering in 1992 werd in de schaarse verlofdagen het vuurtje aan de gang gehouden door bezoeken aan zijn tante die een kleine collectie fuchsia’s opgebouwd had. Zo kreeg hij van haar een triphylla hybride ‘Göttingen ‘ een plant die aantoonbaar van voor 1930 was.

Jan stekte hem en nam hem mee naar zee.

ms. Tjimenteng

In de tuin in het huis in De Beemster stonden de fuchsia’s in potten en die moesten ‘s winters naar binnen, wat een heel gesleep was. Om van ruimtegebrek maar niet te spreken. Ze stonden tot naast het bed in de slaapkamer.

 

In die tijd waren er nog maar weinig winterharde fuchsia’s die geschikt waren voor ons klimaat, terwijl ook toen al juist daar behoefte aan was. Ondertussen was Jan nog gewoon gezagvoerder op de grote vaart en sleepte hij de planten waar hij wat mee wilde doen mee naar het schip. Toen is in 1984 bij hem het idee ontstaan dat hij zich primair wilde gaan toeleggen op het veredelen met botanische fuchsia’s en het winterharde aspect in fuchsia’s te brengen. Het lukte toen wel maar hij deed het op eigen houtje en daarom ontstonden er planten die minder interessant waren.

 

Het veredelen van fuchsia’s stond in die jaren nog in de kinderschoenen maar maakte begin jaren 80 opeens een enorme opleving door. Na zijn pensionering in 1992 vlamde de veenbrand bij Jan op eens weer op en dat resulteerde min of meer in een fanatieke veredelingsdrift met fuchsia’s. Enkele jaren later konden hij en zijn vrouw Rie een prachtige boerderij met grote tuin op de kop tikken in Blesdijke waar ruimte genoeg was voor de veredelingsactiviteiten van Jan.

Straat Moji

In al die jaren had Jan, als self made veredelaar, veel ervaring opgedaan maar contacten met gelijkgestemden maakten het nu mogelijk om nog meer inzicht te krijgen in zijn veredelingswerk. In 1992 werd Jan lid van de NKvF en daardoor gingen er voor Jan vele deuren open om zodoende aan zijn onuitputtelijke drang om kennis te vergaren te voldoen. In vrijwel alle geledingen van de vereniging functioneerde Jan: algemeen bestuur van de NKvF, bestuur van de regio Friesland, de computer determinatiegroep, de veredelingsgroep en de botanische groep. Kortom nu hij meer vrije tijd tot zijn beschikking had maakte Jan van de gelegenheid gebruik om zijn reeds verworven kennis aan te vullen met de ervaringen van anderen om zodoende zijn idealen op veredelingsgebied te kunnen verwezenlijken.

Veredelen.

 

Winterharde fuchsia’s en het liefst bodembedekkende fuchsia’s dat was wat Jan graag in de tuin rondom zijn huis wilde hebben. En uiteraard de drie New Zeelandse species F. procumbens, F. perscandens en

F. excorticata mochten ook niet ontbreken aan zijn collectie om als ouderplant te kunnen dienen.

F. perscandens

F. procumbens was een ander verhaal. Reeds in 1984 begon hij intensief met het veredelen van fuchsia’s met het doel meer fuchsia’s te verkrijgen met winterharde eigenschappen. Volgens Jan lukte dat wel aardig maar achteraf gezien is Jan volgens zijn zeggen veel mooie planten kwijtgeraakt omdat hij elke zaailing hoe mooi hij hem ook vond altijd meteen in de tuin zette om hem daar al dan niet te laten overwinteren zodat verreweg de meeste planten de eerste winter niet overleefden.

Van F. perscandens lukte het Jan om er vrij aardige planten van te kweken die hij kon gebruiken bij zijn veredelingswerk.

F. excorticata bleek al gauw een plant te zijn die zich in ons klimaat niet op zijn gemak voelt en vrijwel ieder jaar bijna afsterft om daarna in het voorjaar weer uit te lopen. Maar toch lukte het Jan om hem aan de praat te houden en in 1998 lukte het zelfs om hem als ouderplant te gebruiken.

F. procumbens

In totaal heeft Jan de Boer 63 nieuwe cultivars voor de liefhebbers gekweekt. Daarvoor gebruikte hij 26 verschillende botanische fuchsia’s die zowel als zaadgever of als stuifmeelgever gebruikt werden. Verder werd gebruik gemaakt van 19 verschillende cultivars van collega veredelaars waarvan het merendeel ook veel botanische fuchsia’s in hun stamboom hebben wat het aandeel botanische fuchsia’s in de afstamming van de planten van Jan de Boer op een zeer hoog percentage brengt. Hierdoor valt te verklaren dat de cultivars van Jan veel variatie vertonen in groei en bloei. Iedere veredelaar die echt serieus bezig is weet dat als men uitgaat van Botanische fuchsia’s men vernieuwend bezig is. Verder gebruikte hij 10 van zijn eigen creaties als ouderplant die ook meerdere keren het aandeel botanische fuchsia in de afstamming verhoogden. Het gebruik van de drie botanische ouderplanten die Jan al in zijn jonge jaren bekoorden zullen we hierna toelichten.

~ * ~

F. procumbens.

 

Fuchsia procumbens ging hij gebruiken omdat hij toentertijd graag bodembedekkers wilde hebben. En een winterharde gele trosbloeier was ook een van de wensen waar hij van droomde. Toen hij een paar planten gerealiseerd had die echter niet met behulp van F. procumbens tot stand waren gekomen was hij daar eigenlijk niet helemaal tevreden mee omdat de bloemen altijd op de grond lagen en smetten enz.

 

Dus werd alle energie en aandacht gericht op veredelen met F. procumbens. Collega veredelaars hadden al gewaarschuwd dat F. procumbens niet de plant was waar veel mee te doen viel op veredelingsgebied en dat ontdekte Jan ook. De vruchtbaarheid liet het vaak afweten, de klimatologische omstandigheden waren ook vaak spelbreker en het ontbrak vaak aan bloemen die bij het opengaan nog niet bevrucht waren door eigen stuifmeel. Volhoudend dat Jan was begreep hij dat zijn pogingen dus alleen maar konden lukken door over veel planten te kunnen beschikken en veel bestuivingen te doen.

 

In het begin had Jan daarvoor ongeveer 60 F. procumbens planten voor nodig en later werden dat zelfs ongeveer 90 stuks. Hiermee heeft hij in totaal ongeveer 4000 bestuivingen uit gevoerd. Als zaadgever werden eerst veel cultivars gebruikt en twee species en bij de laatste tweeduizend werd ongeveer de helft bestoven met stuifmeel van F. decussata. Niet alleen het bestuiven en het oogsten van de bessen moet een enorm karwei zijn geweest, maar ook het zaaien, verspenen en het opkweken van de jonge tere plantjes hebben veel doorzettingsvermogen vereist en tijd in beslag genomen.

 

Het uiteindelijk resultaat van al die inspanningen was één nieuwe cultivar ‘Straat Malakka ‘ (F. procumbens x F. decussata).

Bloemfontein

ms. Bloemfontein

Bij een dergelijk resultaat is menigeen al gauw geneigd te denken dat die ene plant die het opleverde een gelukje was. Niets is minder waar. Veel fuchsialiefhebbers weten niet hoeveel werk en inspanning veredelaars verzetten om de cultivars te creëren waarvan zij genieten in hun collecties. In de veredelingsgroep van de NKvF was men het onderling er wel over eens dat, gezien de grilligheid bij het veredelen van het geslacht Fuchsia, men de kruisingen in grote aantallen moest maken om het gewenste resultaat te bereiken. Men werkte daarom ook met projecten zoals dubbele oranje bloemen, witte triphylla cultivars en opstaande bloemen.

 

Meerdere mensen deden mee aan zo’n project om de slagingskans te verhogen maar in dit geval deed Jan het helemaal alleen. In totaal gebruikte Jan 8 maal F. procumbens als zaadgever en 7 keer als stuifmeelgever.

~ * ~

F. perscandens.

 

F. perscandens, die bekend staat als een winterbloeier die bloeit op het kale hout en in de zomermaanden nu niet bepaald een aantrekkelijke plant is, werd door Jan gebruikt vanwege de bijzondere kleuren en vormen van de bloemen die Jan al vroeg in zijn leven bekoorden. Ondanks dat het een winterbloeier is lukte het Jan hem 2 maal als zaadgever te gebruiken in ‘ Straat Magelhaen ‘en in ‘ Straat Soenda ‘ en werd hij 6 maal als stuifmeelgever gebruikt o.a. in ‘Straat Cumberland ‘ , ‘Straat Nassau’ , ‘Straat Clement‘ en in ‘Vechtweelde‘ .

Jan de Boer

F. excorticata.

 

Een Fuchsia excorticata die in de natuur in Nieuw Zeeland groeit langs beekjes en stroompjes, bereikt daar voor onze fuchsiabegrippen een enorme hoogte. Het worden daar bomen tot 15 meter hoog met een respectabele stamomvang. De bijzondere bloemvorm, bloemkleuren, de slierten loslatende roodbruine schors aan de stammen en zijn imposante grootte zijn het geweest dat Jan de Boer F. excorticata destijds in zijn hart sloot met de gedachte daar later iets mee te gaan doen. Helaas is F. excorticata in ons klimaat geen gemakkelijke botanische fuchsia zo niet de moeilijkste. Dat ondervond ook Jan toen hij een jong exemplaar bemachtigd had.

 

In de winter overhouden lukte nauwelijks, meestal stierf de plant bovengronds helemaal weg om dan in het voorjaar weer uit te lopen. Toch is het Jan gelukt om de plant 1 keer als zaadgever te gebruiken met als resultaat de cultivar ‘ Straat Hobart ‘ ( F. excorticata x F. splendens ).

 

In de lange lijst species die Jan de Boer allemaal gebruikte voor zijn veredelingswerk valt op dat hij moeilijkheden niet uit de weg ging en regelmatig kruisingen maakte van species uit verschillende secties wat vaak een kwestie is van engelengeduld. ‘Straat Torres‘ bijvoorbeeld waarvan F. triphylla de zaadgever is en

F. procumbens de stuifmeelgever. Een ander voorbeeld is de cultivar ‘Rijs 2001’ die ook een kruising is van twee species uit twee verschillende secties: F. obconica uit de sectie Encliandra en F. splendens uit de sectie Elobium.

 

Moeilijkheden ging hij echt niet uit de weg en gemakkelijke species zoals F. fulgens en F. magellanica en bijvoorbeeld 'Grandiflora' werden door Jan amper gebruikt. Daarentegen werd wel veel gebruikt gemaakt van kleinbloemige species uit de sectie Encliandra waarbij vaak weer een species uit een andere sectie gebruikt werd bijvoorbeeld F. splendens.

Molenkerk

Dit is wat je noemt het echte veredelingswerk zoals dat al jaren gepredikt werd in de veredelingsgroep .

Vaak leveren dergelijke kruisingen niet een twee drie de gewenste resultaten op doordat er veel steriele planten ontstaan of planten die nauwelijks fertiel zijn en waarmee moeilijk verder mee te borduren valt.

Maar als je van nature een doorzetter bent zoals Jan de Boer dan heb je soms geluk dat er wel een bruikbaar exemplaar tussen zit.

 

Veredelen op grote schaal zoals Jan dat deed, dus veel dezelfde bestuivingen maken, betekent dat je van de natuur verwacht dat die niet altijd jouw wensen vervuld . Maar er was eens een jaar waarin de natuur Jan op een wel zeer vreemde manier tegenwerkte. Als Jan veel dezelfde bestuivingen maakte dan had Jan de gewoonte om gekleurde draadjes wol aan de takken te bevestigen waarvan hij de bloemen bestoven had. Een simpele oplossing zou je denken, op deze manier wist je precies welke rijpe bessen je moest oogsten en aan de kleur kon je zien welke bestuiving het betrof. Maar op een gegeven moment viel het Jan op dat er steeds minder blauwe draadjes aan zijn planten zaten en van lieverlee verdween bijna alles op een plant na.

Het raadsel werd opgelost toen Jan deze laatste plant extra goed in de gaten hield en zag dat een mus het draadje mee nam naar zijn nest op de garage.

Een inspectie van het nest leerde dat deze mus blijkbaar een voorkeur had voor blauwe wol waarmee hij zijn nest bekleedde.

Een leuk succes was de cultivar ‘ Yellow Heart ‘ die ontstaan is uit de wel bijzondere kruising van

F. procumbens en F. apetala . Maar het was nog niet het ultieme wat Jan wenste dé gele winterharde trosbloeier. Aangezien Jan bij het selecteren van de zaailingen vaak enkele exemplaren bewaart die niet helemaal aan zijn strenge eisen voldoen maar misschien nog wel gebruikt kunnen worden voor verder veredelingswerk kan hij wellicht nog zijn droom verwezenlijken.

 

Alle planten die Jan introduceert moeten voldoen aan de strenge eisen die hij daar aan stelt voordat hij ze naar de keuring brengt, bestendig zijn tegen ziekten en plagen is een van de dingen waar Jan op let en winterhardheid uiteraard . Jan test vrijwel al zijn nieuwe cultivars op winterhardheid. Vaak is dat gezien de exotische kruisingen niet het geval maar je weet maar nooit. Ook de beoordeling van collega veredelaars laat Jan meewegen in de beslissing of hij de planten wel of niet ter keuring aanbied. En het laten keuren door de VKC in Aalsmeer en later door de BCK van de NKvF vond Jan belangrijk.

Ook zijn alle cultivars van Jan ingeschreven bij de AFS.

Naamgeving.

 

Uiteraard benoemde Jan enkele planten naar familieleden en goede kennissen, en naar een grote fuchsiashow van de regio Friesland van de NKvF waar Jan lid van is: ‘ Rijs 2001 ‘ . Maar het overgrote deel van zijn planten heeft een topografische kennelnaam zoals ‘Straat Malakka ‘ en ‘Straat Cumberland‘ .

Voor een zeeman een leuke manier om zijn nieuwe cultivars te benoemen naar alle zeeën die hij bevaren heeft. Althans dat zou je denken maar dat was niet de intentie van Jan. Hij benoemde hiermee de schepen waarop hij gevaren heeft en die deze namen droegen. Enkele schepen waar Jan op gevaren heeft die een andere naam droegen heeft Jan ook benoemd in zijn cultivars. In het overzicht van zijn planten is aangegeven welke planten naar een van de schepen van Jan zijn vernoemd.

Straat Sparks

Enkele namen beginnend met Straat zijn fantasienamen. Dit is gedaan omdat er niet meer schepen waren waar Jan op gevaren had waarvan de naam met Straat begon en Jan ordelijk als hij is alle nieuwe fuchsia’s waar Nieuw Zeelandse species voor gebruikt zijn de kennelnaam Straat wilde meegeven.

Veel cultivars van Jan hebben een vaste plaats veroverd in de collecties van kwekers en liefhebbers zoals:

‘Rijs 2001 ‘ , ‘Taco ‘ , ‘Siberoet ‘ , ‘Straat Futami ‘ , ‘Straat of Plenty ‘ , ‘Neck ‘ en niet te vergeten ‘Bloemfontein ‘ . Maar er zijn ook planten van Jan die hier minder verspreid zijn, dat zijn voornamelijk planten met exclusief en exotisch ogende bloemen. Doordat de gemiddelde fuchsialiefhebber de achtergrondkennis van het verzorgen van planten met botanische ouders niet machtig is, zijn ze uiteraard wel geliefd maar hebben het vaak niet in de collecties overleefd. Het ontbreken van een goede cultuuraanwijzing bij beschrijvingen van de planten is daar ook debet aan. Op deze site zullen we daar ( later) extra aandacht aan geven bij de beschrijvingen die onder de knop "Worldwide Fuchsia’s" geplaatst worden.

Straat Yucatan

Door zijn contacten met collega veredelaars en zijn vriendschap met de Engelse collega Edwin Goulding zijn de cultivars van Jan ook in het buitenland geliefd. Vreemd genoeg zijn daar veel cultivars nog gewoon in omloop die je hier vrijwel nergens meer tegenkomt. Vooral in Engeland is dat het geval. Een zoektocht over het wereldwijde web leert ons dat in alle uithoeken van de wereld de cultivars van Jan de Boer te vinden zijn ; Rusland, Japan, Amerika, Noorwegen en Australië om maar eens een paar te noemen. Vreemd genoeg zijn ze niet te vinden in het land waar Jan zijn passie grotendeels ontstond, Nieuw Zeeland.

 

 

 

Sigrid van Schaik en Martien Soeters.

Zeer streng selecteren en hiervoor raad vragen aan andere veredelaars of mensen die er verstand van hebben, en alle slechte planten weggooien.

 

Geen planten uitdelen aan familie of vrienden voordat deze een naam gekregen hebben op de keuring, zijn aangeboden of bij de AFS zijn ingeschreven.

En heel veel geduld hebben en wachten op die ene goede, uitzonderlijke fuchsia dat zijn de voornaamste geboden voor een (beginnende) veredelaar.

 

Jan de Boer juni 2016.

 

 

Hieronder staan cultivars van Jan de Boer gerangschikt op het jaar waarin ze geïntroduceerd zijn. Bij de cultivars is aangegeven naar welke schepen zij benoemd zijn, en waar Jan op gevaren heeft.

 

Van de Cultivars met een * aangeduid, kunt u een foto vinden onder de knop

" Foto's".

Heeft u foto's en u wilt deze met mij delen, dan kunt u de foto versturen via onderstaand e-mail adres.

sigrid@vanschaik.nu

~1995~

 

Straat Malakka (schip)

 

~1996~

 

Irma

Marjan de Boer*

Straat Magelhaen (schip)

 

~1997~

 

Hui Me

Musi (schip)

Straat Napier (schip)

Straat Torres (schip)

Taco*

Tjinegara (schip)*

 

~1998~

 

Caitlin Isabelle*

Cornelis Jan Wijnberg*

Straat Algoa (schip)

Straat Cumberland (schip)

Straat Nassau (schip)

Vechtweelde*

 

~1999~

 

Straat Cook (schip)*

Straat Fiji (schip)

Straat Florida (schip)

Straat Holland (schip)

 

~2000~

 

Camphuys (schip)

Irving Alexander*

Maetsuycker (schip)*

Siberoet (schip)

Straat Clement (schip)

Straat Hobart (schip)*

Straat Soenda (schip)*

 

~2001~

 

Rijs 2001*

Straat Agulhas (schip)

~2002~

 

Straat of Plenty*

 

~2003~

 

Straat Accra (schip)

Straat Moji (schip)*

Straat Nagasaki (schip)

 

~2004~

 

Orange Heart

Straat Fukuoka(schip)

Straat Futami (schip)*

Straat Kobe(schip)

Straat van Diemen (schip)

 

~2005~

 

Elize-Catharina

Molenkerk (schip)*

Straat Gibraltar

Straat La Plata

Straat of Dover

Straat of England

Straat Osaka (schip)

Straat Red Sea

Straat Singapore (schip)

Tjiluwah (schip)

Yellow Heart

MS. Straat Agulhas

ms. Beninkust

~2018~

 

Caitlin de Boer

Falling Wave

Flower Drizzle

Orange Sunset

Red Wave

Small Shower

Sunny Breeze

~2006~

 

Annelies Marcus

Beninkust (schip)*

Straat Bali (schip)

Straat Flores (schip)

Straat Lombok (schip)

Straat Messina

 

~2007~

 

Bloemfontein (schip)*

Jasper Marnix

Straat Sparks*

Straat Taiwan

 

~2008~

 

Straat Yucatan*

 

~2009~

 

Neck*

 

~2014~

 

Renella*

Tjimenteng (schip)*

 

~2016~

 

Elegant Spray

Elize Marcus*

Flower Spray*

Gerda*

Schadow Lover*

Sea Wave*

Spray*

Straat Final*

Straat Timor*

Tidal Wave*

Typhoon Wave*

Yvonne*

 

~2017~

 

Balloon Spray*

Dripping Spray*

Freek Wave

Gré*

Niels de Boer

Small Wave*

Sundowner

Tropic Wave*

Whirlpool

Bronnen: Jan de Boer.

Veredelaarsarchief M. A. Soeters.

Hr. H.J. de Graaff.

Nedlloyd pensioenkrant augustus 2001.

Nederlandse Kring van Fuchsiavrienden.

 

Met dank aan Jan en Hermine Workel.

 

© Fuchsia’s of the World 2016

Foto's: Mvr. T. van Schaik.

Mvr S. van Schaik.

Camborne-Redruth Fuchsia Society

Varen is fijner dan je denkt

Hr. Jack Lamb

Hr. T.G. Koerts