Het begin van de fuchsia veredeling

Het begin van de fuchsia veredeling.

Over het begin van de Fuchsiaveredeling is veel gezegd en geschreven. Helaas gaan deze verhalen vaak verloren omdat ze of niet opgeschreven zijn, of door de zeldzaamheid van de veelal oude boeken, in de vergetelheid raken. Zo ook de visie van de Heer Witte, auteur van het boekje “Floralia”. Een leuke verhandeling over de veredeling voor 1800 waar heden ten dage nog wel eens vraagtekens bij de tekst gezet worden.

 

Want wat is een feit en wat is fictie?

 

 

Diegene die de waarheid weten kunnen het ons niet vertellen omdat zij helaas lang geleden overleden zijn.

Dat de eerste fuchsia in 1704 door Charles Plummier werd ontdektweet iedereen, maar dat de eerste fuchsia species die naar Europa werd gebracht en die aan het begin van de veredeling stond, is niet algemeen bekend.

 

Het was namelijk de F. coccínea of de “scharlakenrode fuchsia” , die in 1788 vanuit Chili naar Engeland werd gebracht, bijna gelijktijdig met de F. magellanica, de “Magellaanse fuchsia” .

 

En toen kwam er verwarring van de species.

 

In Kew Gardens stond een fuchsia die door Hr. William Aiton, curator van de Kew Gardens, de Magellaanse Fuchsia, F. magellanica, werd genoemd. Maar achteraf bleek het om de “scharlakenrode fuchsia” , de F. coccinea te gaan.

 

De Franse kruidkundige Lamarck heeft later deze fout hersteld.

William Aiton

 

foto: wikipedia

De F. magellanica is waarschijnlijk door kapitein Firth naar Engeland gebracht, die ze naar de Kew Gardens bracht, maar de F. coccínea is als eerste in de handel gekomen.

F. coccinea

 

plantillustrtions.org

F. magellanica

 

plantillustrtions.org

John Shepherd, curator van de botanische tuin van Liverpool gaf rond de invoering van deze fuchsia een staaltje van een echte kwekersmanoeuvre weer. Waar Shepherd het verhaal vandaan heeft, is niet bekend, maar het is vermoedelijk uit een oud Engels tijdschrift afkomstig.

~ ™™Het verhaal gaat als volgt ~

Tegen het laatst van de vorige eeuw behoorde de oude Hr. Lee tot de voornaamste bloemenkwekers in de omstreken van London, zo zelfs, dat enkele planten zijn naam dragen. Toen een van zijn vrienden hem eens bezocht, en met hem door zijn kassen wandelde, zei deze:

~ U heeft veel fraaie bloemen, maar als u vanmorgen met mij te Wapping was geweest,

zou je daar een bloem bewonderd hebben, die alles wat ik vandaag bij u zag in

schoonheid en gratie overtreft.

 

~ Wat blief je? En bij welke bloemist was dat?

 

~ Het was bij geen bloemist, maar bij een eenvoudige kapiteinsweduwe.

 

~ Hm! ’t Zal wat wezen. En hoe zag dat wonder er dan wel uit; wat was het?

 

~ Wat het was weet ik niet. Ik heb nooit een plant gezien die erop lijkt. Verbeeld je een

heestertje, met schitterende karmozijnrode, hangende kelken, van binnen donker

purper, en dat wel in zo’n grote getale, dat ze aan al die takken een onbeschrijflijk

schoon aanzien geven.

Dit kon de heer Lee niet verkroppen. Hij vroeg nadere inlichtingen omtrent de plant en de woonplaats van de weduwe en spoedde zich, nadat zijn vriend vertrokken was, naar Wapping, waar hij al snel de woning van de weduwe had gevonden.

 

Werkelijk bleek zij in het bezit van een plant te zijn, die, dit was voor een ervaren tuinbouwkundige niet twijfelachtig, in Europa geheel nieuw was. Nieuw niet alleen, maar zo sierlijk, die zo rijk bloeide en blijkbaar zo makkelijk te kweken, dat ze een goudmijn moest worden voor de eerste bezitter, die haar goed wist te exploiteren.

En daar had de oude Lee slag van, wat spoedig zal blijken.

 

De voorname vraag was, hoe hij de plant in zijn bezit kon krijgen, want het bleek hem terstond dat de weduwe er zeer aan gehecht was.

~ Hoe bent u aan die plant gekomen?

 

~ Mijn man, die helaas kortelings overleden is, heeft haar uit West-Indië voor mij

meegebracht.

 

~ Wilt u haar mij verkopen?

 

~ Nee, mijnheer; dit kan onmogelijk. Het is een gedachtenis, en als zodanig mij dierbaar.

 

~ Ik zal u eens wat zeggen goede vrouw. Ik moet die plant hebben.

 

~’t Gaat niet mijnheer, ik kan ze niet afstaan.

 

~ Laten we eens wat bedaard over de zaak spreken. Die plant is mij, om bijzondere

reden, meer waard dan ze het u kan zijn. Staat u haar aan mij af, dan bezorg ik u in

korte tijd de eerste jonge, die ik ervan gekweekt heb; u heeft dan de nagedachtenis

aan uw man terug, en nog dit bovendien.

Dit zeggende schudde hij zijn beurs leeg, waar uit goud, zilver en koper te voorschijn kwam, alles bij elkaar een bedrag van 8 guinjes (ongeveer honderd gulden in 1880)

 

Die verzoeking was de vrouw, die niet zeer bemiddeld schijnt te zijn geweest, wel wat groot. Was zij de plant voorgoed kwijt geweest, ze zou zich geen moment bedenken, dan had zij de bezoeker vriendelijk de deur hebben gewezen, maar nu was het heel wat anders. Over een paar maanden zou zij weer in het bezit zijn van een jonge plant, afkomstig van dezelfde, en zij kreeg die belangrijke som dus letterlijk cadeau.

Toch aarzelde zij nog een ogenblik. de plant kon immers dood gaan; de stekken konden niet groeien; en zij zou het zichzelf nooit kunnen vergeven, als……

~ Wees daarom volkomen gerust. Ik verzeker u heilig, dat u een jonge plant zult hebben.

De stekken van deze plant zullen groeien, zonder enige twijfel. Ik ben van niets meer

zeker dan van dit.

Het lukte. De weduwe hield het geld en Lee liet een rijtuig komen, waarin hij zich met zijn nieuwe schat voor elke onbescheiden blik verborg, en reed huiswaarts.

 

Thuis gekomen was zijn eerste werk, zorgvuldig alle bloemen af te plukken en te vernietigen. Niemand mocht vermoeden welke schat hij in bezit gekregen had. Vervolgens sneed hij de stengels tot zoveel stekken als maar mogelijk was, en begon in de warme kas te kweken, met dit gelukkige gevolg dat hij in het volgende voorjaar in het bezit was van driehonderd gezonde planten.

 

Weldra begonnen zijn planten, die hij zorgvuldig verborgen hield, te bloeien en toen er een aantal fraai genoeg waren voor zijn doel, plaatste hij er een paar in een kas, die voor het publiek toegankelijk was, natuurlijk zo, dat haar sierlijkheid goed moest uitkomenen wachtte de liefhebbers af die zouden komen.

Die lieten niet lang op zich wachten. De eerste was een aanzienlijke dame.

Zodra deze de fuchsia’s in het oog kreeg, snelde zij er op toe.

~ Wel, mijnheer Lee, hoe lief! Hoe prachtig! Zijn die planten te koop? Wat kosten ze?

 

~ Zeker zijn ze te koop, Mylady, maar ze zijn geheel nieuw en kosten één guinje per

stuk.

Dit was voor zo’n fraaie, nieuwe plant geen overdreven hoge prijs. De Engelse kwekers vooral leveren de eerst in de handel gebrachte planten, als ze werkelijk mooi zijn, niet voor minder, maar wel vaak tegen hogere prijzen af. Ook dit laat een Engelse liefhebber niet afschrikken. Dit wist Lee trouwens ook wel.

 

Het duurde dan ook niet lang of de eerste fuchsia prijkte in de salon van de lady.

Er komt bezoek. Het is een vriendin, die, nauwelijks de salon binnen is, uitroept; Wel, mijn lieve Charlotte! Wat heb je daar een allerliefst bloem. Hoe keurig! Hoe gracieus!

~ Ja, het is iets geheel nieuws.

 

~ Hoe ben je daaraan gekomen?

 

~ Ik kocht haar bij de oude Lee. Hij had er nog maar één. Ze kost één guinje.

 

~ Dan ga ik snel de tweede kopen.

En de paarden moesten lopen wat ze lopen konden, opdat niet een andere liefhebster voor zou zijn.

 

Lee had intussen gezorgd dat er weer een tweede plant bij stond, maar vertoonde er niet meer tegelijk.

Men gist de rest. Die fuchsia maakte sensatie en hoe meer ze bekend werd, hoe meer bezoek de oude kweker kreeg, die wel gezorgd had met de eerste niet voor de dag te komen, voordat ze allemaal leverbaar waren.

In korte tijd was hij zijn driehonderd planten kwijt en driehonderd guinjes rijker.

 

Dat hij niet vergat zijn belofte aan de weduwe na te komen, die nu ook op haar beurt volkomentevreden was, spreekt vanzelf.

 

(Het originele verhaal staat in de Floralia)

~ * ~

Madame Le Grelle D'Hauis Monsieur Clapton

Aanvankelijk was men tevreden met deze eerste twee species, maar dit veranderde toen men erachter kwam dat kruisen van de soorten de grote en vorm van de bloemen ten goede kwam. Al snel waren er honderden penselen in de weer om het stuifmeel over te brengen van de ene plant naar de andere plant, om nieuwe hybriden te creëren.

Aanvankelijk werden hier de F. coccínea,

F. macrostemma en de F. arborescens voor gebruikt.

 

Later, na invoering van andere species, ontstonden er tal van tussen vormen in de bloemen. Bijvoorbeeld bloemen met een langere buis en een grotere kroon, die op hun beurt weer gebruikt werden voor onderlinge kruisingen, zodat het nu onmogelijk is om te bepalen welke afstamming deze oude cultivars hebben.

 

Helaas hebben de vele kwekers uit die tijd geen aantekeningen bij gehouden omdat zij toen het belang niet inzagen van het noteren van hun kruisingen.

 

Wat nog wel bekend is, is dat de allereerste hybriden afkomstig zijn van de F. coccinea en de F. macrostemma, de zaailingen daarvan zijn weer gekruist met de

F. arborescens.

F. arborescens

F. macrostemma

'Dominiana'

Een van deze kruisingen is de ‘Attraction’, ( F. macrostemma x F. corymbiflora ) met een bloem die een rode buis en kelk heeft en met een zwart paarse, enkele kroon.

 

Uit F. spectabilis x F. serratifolia kwam de ‘Dominyana’ in 1852, een fraaie plant die afkomstig is uit Engeland en nog steeds in cultuur is.

'Attraction'

Maar, na deze korte periode is alles in nevelen gehuld.

Het eerste, echte resultaat van betekenis was een cultivar met een witte kelk. Dit was namelijk de ‘Venus Victrix’ van Gulliver uit 1842. Later werd dit resultaat overtroffen doordat er planten kwamen met bloemen die een rode kelk en een witte kroon hadden.

 

De kwekers begonnen zich ook bezig te houden met het veredelen van dubbel bloemige fuchsia’s.

In 1850 werden door de Engelse kweker Story twee dubbele fuchsia’s in de handel gebracht; de ‘Duplex’ en de ‘Multiplex’.

Die twee cultivars hebben niet lang bestaan. Twee jaar later kwam Henderson met zijn ‘Hendersoni’, en in 1853 kwam Turner met ‘Grandis’, weldra gevolgd door cultivars van Belgische en Franse oorsprong.

'Spectabilis'

'Venus Victrix'

In 1859 verscheen Victor Lemoine uit Nancy met zijn ‘Comte de Medici Spada’.

Van toen af ging het snel vooruit en de verschillende Engelse en Franse veredelaars wedijverden met elkaar om de mooiste nieuwigheden te kweken.

 

Maar hoe is die witte kroon ontstaan?

Het antwoord daarop schijnt moeilijk te geven te zijn, maar in 1855 kwamen, nagenoeg te gelijkertijd, en door verschillende kwekers, diverse fuchsia’s in de handel met een witte kroon.

In sommige gevallen werd de afkomst geheim gehouden, en in sommige gevallen was de witte kroon zo toevallig dat de kweker zelf niet wist waar hij vandaan kwam.

 

Hoe het ook wezen mag, in 1855 werd door de heer Story zes cultivars in de handel gebracht met een witte kroon, en door de heren Lucombe en Pince twee cultivars.

Behalve de witte kroon, kwamen er ook bloemen met een gestreepte kroon in de handel, maar omdat deze niet zo geliefd waren, verdwenen zij weer snel.

'Blands New Stripe'

 

Gewonnen door E. Bland in 1873

Pas in 1865 kwam er een cultivar met een fraai gestreepte en dubbele kroon, de ‘Gypsie Queen’ van Bull.

 

Andere opmerkelijke verschijningen waren de bontbladige fuchsia’s.

 

De eerste kwam in 1853 in de handel, de 'F. variegata' uit België.

Het is onbekend hoe deze plant ontstaan is, wellicht was het een verloping, maar het kan ook een bontbladige zaailing zijn, die een enkele keer word aangetroffen.

De bladeren van de toenmalige bontbladige cultivars waren geel gevlekt met, meestal, onaantrekkelijke bloemen. Om die reden was de liefhebber in die tijd niet zo geïnteresseerd in deze cultivars, zodat ook deze planten weer verdwenen.

Maar, in 1872 kwam Thomas Miner met een zeer fraaie, bontbladige cultivar die wel opviel, de ‘Sunray’.

In de zon krijgen de bladeren een rode kleur, afgewisseld met geel, wit en groen. Ook deze cultivar is nog steeds in de handel.

10 verschillende Fuchsia's, allen rond 1863 veredeld

~ * ~

Wat begon met twee species in Engeland, en niet te vergeten, in Amerika, Frankrijk en België, is in een relatief korte tijd uitgegroeid tot een enorme verscheidenheid aan cultivars.

~ * ~

Auteur Sigrid van Schaik

(ontleend uit: ‘Floralia’ handboekje voor de kennis en het kweken van lievelingsbloemen door H. Witte uit 1882)

 

© Fuchsia’s of the World